Corneille

            

De Nederlandse kunstenaar Corneille werd (als Corneille Guillaume Beverloo) geboren in Luik op 3 juli 1922.Nadat zijn familie enkele jaren in Haarlem had gewoond, vestigde Corneille zich in 1939 op 17-jarige leeftijd in Amsterdam. In de oorlogsjaren volgde hij teken- en grafieklessen aan de Rijksacademie. Op het gebied van de schilderkunst is hij autodidact. Op de academie ontmoette hij Karel Appel, met wie hij na de oorlog reizen ondernam en het ideaal van een totaal nieuwe, onconventionele kunst deelde. Beide kunstenaars waren op zoek naar een nieuwe beeldtaal, losgemaakt van het academisme en heersende tradities. Nieuwe ontwikkelingen werden op de voet gevolgd. Vooral schilderijen van Picasso en Matisse maakten grote indruk op de jonge Corneille. Het was een periode van experimenteren, die zou leiden tot een geheel nieuwe schilderwijze. Een reis naar Hongarije in 1947 bracht zijn ontwikkeling in een stroomverstelling; hij maakte er kennis met nieuwe kunstrichtingen en legde er belangrijke internationale contacten. Een jaar later werd hij één van de oprichters van de Experimentele Groep in Holland. In november 1948 behoorde hij tot de oprichters van de revolutionaire COBRA-beweging, die tot 1951 zou duren. De kunstenaars van COBRA, die zich tegen het academisme richtten, streefden naar een vrije kunst, waarin spontaniteit en oorspronkelijke creativiteit kernwoorden waren. Holland was al snel te klein en te benauwd voor ons, aldus Corneille. In 1950 vestigde hij zich definitief in Parijs.

Corneille kreeg na COBRA een internationale carrière met tentoonstellingen over de hele wereld. Hij hield van het maken van verre reizen: Zuid-Amerika, Azië, Amerika en vooral Afrika. In Afrika, waar hij vaak terugkeerde, raakte hij geïnspireerd door het woestijnlandschap en bovenal door de Afrikaanse kunst.

Zijn schilderstijl veranderde na de COBRA periode. In de COBRA tijd bestond zijn werk uit ritmes van lijnen en vormen met vele fabelwezens, waarin vaak vogels en vissen waren te herkennen. In de jaren ’50 verdwenen de fantasiewezens langzamerhand en gingen de thema’s aarde en stad het werk domineren. In grillige vormen schilderde hij constructies, geïnspireerd op het motief stad. Hij schilderde landschappen met duidelijke structuren. Lijnen, vormen en tekens werden abstracter. De aarde als oerelement fascineerde hem. Vooral in de tweede helft van de jaren ’50 maakte hij schilderijen die doen denken aan een doorsnede van de aardkorst. Soms schilderde Corneille geheel abstracte composities. Toch bleef voor hem de natuur altijd het uitgangspunt.

Eind jaren ’60 werd de stijl van Corneille figuratiever. Vormen vereenvoudigden. In felle kleuren creëerde hij een wereld met sensuele vrouwen in zonovergoten tropische landschappen, vergezeld door vogels in hun vlucht. Het zijn feestelijk ogende werken met liggende naakten en vrolijke vogels. De vogel is een motief dat door de jaren heen gebleven is in zijn werk. Als symbool van vrijheid was het zijn favoriete thema.

Schilderijen van Corneille zijn vrolijk, dromerig en poëtisch, zowel in de beginjaren als in het latere en recente werk. Een kernwoord in zijn schilderstijl blijft altijd Vrijheid. Zijn gehele oeuvre kenmerkt zich door een sterke vrijheidsdrang en een ‘joie de vivre’. Corneille was een bijzonder mens en een bijzonder kunstenaar. Hij overleed op 5 september 2010 in het Franse Auvers-sur-Oise.