Eugene Brands


Eugène Brands (1913-2002) besloot op 25-jarige leeftijd dat hij kunstenaar wilde worden en leerde zichzelf schilderen. Hij ging experimenteren en hield zich aanvankelijk veel bezig met het creëren van objecten. Door Appel, Corneille en Rooskens werd hij betrokken bij de ‘Experimentele Groep in Holland’ en ‘Cobra’. Hij gebruikte pas na de Cobraperiode kenmerkende Cobramotieven in zijn werk. Wat betreft zijn liefde voor Afrikaanse muziek, zijn interesse in kindertekeningen en het belang dat hij hecht aan spontaniteit en vrijheid, passen de ideeën van Brands bij de opvattingen van de Cobra-beweging.
Brands heeft zich in zijn werk laten inspireren door enkele motieven die telkens terugkeren. Belangrijk is voor hem de kosmos, het universum en het besef dat hij slechts een nietig onderdeeltje hiervan is. Het mysterie van het oneindig grote heelal bleef hem boeien. Ook hechtte Brands veel waarde aan een van de wijsheden van de oude Grieken: ‘panta rei’ (alles stroomt). Alles beweegt voortdurend. De kunstenaar concludeerde dat als er een voortdurende beweging is, er dus nooit iets stil staat, en dat het leven daarom niet ophoudt bij de dood, maar voortduurt. Bovendien geloofde Brands niet in toeval, maar ging hij ervan uit dat ‘alles zo heeft moeten zijn’. Tenslotte was het begrip magie essentieel in de gedachtewereld van Eugène Brands.
Van 1950 tot 1960 maakte Brands vooral figuratief werk op een klein formaat. Het was de wereld van de kindertekening waarop hij zich vanaf 1950 toelegde. Hij bestudeerde de tekeningen van zijn driejarige dochtertje Eugénie en streefde ernaar net zo onbevangen te werken als zij. Zijn werk werd veel figuratiever. De fantasie van het kind, waarin veel plaats is voor sprookjes en magie, intrigeerde hem. Ook liet Brands zich in deze periode inspireren door kunstenaars als Klee en Chagall.
In de jaren ’60 veranderde de stijl van Eugène Brands opnieuw. De begrippen kosmos en universum en de voortdurende beweging (‘panta rei’) traden in dit werk weer duidelijk naar de voorgrond. Hij ging abstracter werken op een groter formaat. Kleurvlekken, waarbij zijn geliefde kleur oranje vaak voorkomt, laten vormen ontstaan, of eigenlijk een soort wolken. Vloeiende vormen lijken als wolken door het universum te drijven. Het heelal is voor Brands zijn gehele leven een voortdurende bron van inspiratie gebleven. Hij vond dat vorm en kleur zich vanzelf aandienden. ‘Ik ben geen zender, maar een antenne’, beweerde hij, ‘of meer een wichelroedeloper, die het penseel niet krampachtig vasthoudt, maar los op zijn hand legt en over het land loopt in afwachting of hij bij de bron komt.’
Eugène Brands overleed op 15 januari 2002.



